Tijdreizen

Vandaag nam ik plaats in omgekeerde richting op de trein na het werk. Iets wat ik anders nooit doe, want mijn hoofd en maag gaan daar meestal niet echt mee akkoord. Om een of andere reden deed ik het vandaag toch.

Het leek alsof ik reisde door de tijd, terug naar waar mijn dag deze ochtend begon. Je weet wel, alsof je een film terugspoelt. En ik dacht: als ik elke ochtend in de rijrichting zit en’s avonds tegen de rijrichting, dan is de cirkel elke dag mooi rond.

Dat ik dan elke avond groggy thuiskom, zal ik erbij moeten nemen.

Advertenties

Oeps, mijn halte voorbij

Mijn dagelijks ritje met de trein naar het werk, dat is mijn me time. Ook al duurt het maar heel kort. Het is het moment waarop ik helemaal kan opgaan in mijn favoriete podcast. Net zoals gisteren.

Verzonken in gedachten vlamde mijn eindhalte voorbij. Shit, ik moest er hier uit. Toen drong het tot me door dat kort daarvoor een stem had weergalmd in de luidspreker. De treinbegeleider had een heel relaas op de reizigers losgelaten, maar ik was selectief doof geweest, want dit was mijn moment.

Een vleugje paniek borrelde in me op. “Meneer, waarom stopte de trein niet”, vroeg ik aan de vriendelijk ogende man voor me. “Je bent op de trein naar Poperinge gestapt, hij had vertraging.” Lap. Hopelijk komt de treinbegeleider niet langs en hoef ik geen boete te betalen, omdat ik nu eigenlijk een stukje zwart rijd.

Mijn gedachte was nog maar vervlogen en daar was hij al. Tot mijn opluchting wilde hij mijn verhaal aanhoren. Hij begon te tokkelen op zijn elektronisch bakje om me een ticket te geven. Oh jee, dat wordt duur.

Hij gaf me een vreemd ticket, eentje dat ik nog niet eerder had gezien, en vervolgde zijn pad. “Meneer, moet ik u niet betalen?” “Nee hoor, het is oké.” Eeuwige dank vulde mijn hart. Ik holde de trein af en haastte me naar het andere perron om een trein terug te nemen. Gelukkig was het niet ver en zat ik een kwartier later dan normaal op post.

Voortaan dan toch maar die oortjes uit wanneer ik een dienstmededeling hoor in de verte. Mijn me time kan ook wel een andere keer.

Spoorloze lente

Suffe ogen, zware slaapkop.
Achter me een onophoudelijk geritsel,
een combinatie van plastic zakken en sleutels.
In mijn hoofd wordt het steeds luider.
Zucht. Nu even niet,
alsjeblieft.

In de weerspiegeling van het raam
zie ik een vrouw die worstelt met een knaloranje poncho
terwijl liters regen tegen het raam kletteren.
Snel slik ik mijn ochtendergernissen in
en raap mijn reeds kletsnatte paraplu op
van de vuile vloer in de wagon.
Ik begrijp het, mevrouw.

Ik waag me door de regendouche.
Van de lente geen spoor.

Kip zonder kop met deadlines

Als een kip zonder kop ren ik van her naar der. Strakke deadlines vliegen me als rotte eieren rond de oren.

Ik grabbel in de lucht en ik slaag erin de meeste te grijpen. Een kleine minderheid glijdt steeds verder van me weg, mee met de wind. Ik versnel mijn pas en al snel loop ik ze tussen de treinsporen achterna. In de verte hoor ik een knallende trein naderen, steeds sneller. Het dondert onder mijn voeten, ik ren voor mijn leven.

En net wanneer ik er eentje te pakken krijg, word ik opgeslorpt door die tikkende tijdsbom en er achteraan weer uitgegooid, pardoes op mijn kont. Ik verman mezelf en zet het op een lopen, hopend om toch nog op de laatste kar te kunnen springen.

Tevergeefs. Ik neem de volgende trein wel.

Spoor 1

Spoor 1
De trein naar dromenland
komt zo dadelijk aan
Spoor 1

De beste waterbedden bevinden zich
in het leukste rijtuig

Deze trein stopt in
Waakslaapstad en Dromenland

Wat kan er in godsnaam
beter zijn
dan een welverdiend tukje
op de trein?

Daarom trek ik tijdens mijn dagelijks ritje
moe maar voldaan
telkens opnieuw
mijn denkbeeldige pyjama aan