Weg waaien ze

Ik kijk en ik zwijg
hoor hoe de regen moppert
en als een slak langs het raam
naar beneden glijdt

Ik luister en ik voel
zie hoe de wind de bomen doet dansen
en mijn twijfels wegblaast
ver weg en hoog de lucht in

Ik spring en graai met mijn handen
Tevergeefs

Misschien is het beter zo

Advertenties

Spoorloze lente

Suffe ogen, zware slaapkop.
Achter me een onophoudelijk geritsel,
een combinatie van plastic zakken en sleutels.
In mijn hoofd wordt het steeds luider.
Zucht. Nu even niet,
alsjeblieft.

In de weerspiegeling van het raam
zie ik een vrouw die worstelt met een knaloranje poncho
terwijl liters regen tegen het raam kletteren.
Snel slik ik mijn ochtendergernissen in
en raap mijn reeds kletsnatte paraplu op
van de vuile vloer in de wagon.
Ik begrijp het, mevrouw.

Ik waag me door de regendouche.
Van de lente geen spoor.

Zomerse winter

De regen tikt hard tegen de ramen
terwijl zomerse muziek in mijn oren stroomt
Trieste regendruppels dansen naar beneden
op de maat van zwoele, Spaanse muziek

Ik zie grijze, saaie wolken
maar ik denk aan hartstochtelijke salsa
De geur van de koude wind vervliegt
wanneer ik droom van zonnige barbecues

Ik ben in twee seizoenen tegelijk