Tijdreizen

Vandaag nam ik plaats in omgekeerde richting op de trein na het werk. Iets wat ik anders nooit doe, want mijn hoofd en maag gaan daar meestal niet echt mee akkoord. Om een of andere reden deed ik het vandaag toch.

Het leek alsof ik reisde door de tijd, terug naar waar mijn dag deze ochtend begon. Je weet wel, alsof je een film terugspoelt. En ik dacht: als ik elke ochtend in de rijrichting zit en’s avonds tegen de rijrichting, dan is de cirkel elke dag mooi rond.

Dat ik dan elke avond groggy thuiskom, zal ik erbij moeten nemen.


Hé, mijn excuses voor de niet zo interessante inhoud, maar deze blog heet dan ook met reden ‘Alledaagse banaliteit’.

Het plan

Even geen poëzie of banale verhaaltjes, maar een goede peptalk voor mezelf.

Al weken, wat zeg ik, máánden beweer dat ik gezonder zal eten. Ik voel me al even niet meer zo tevreden over mezelf. Niet dat ik zwaarlijvig ben, of dat ik mezelf te dik vind, maar het samenwonen heeft mijn lichaam niet zoveel deugd gedaan.

Het is niet zo dat ik te weinig beweeg, want ik sport vier keer per week: een keer hardlopen met mijn mama en drie keer krachttraining in de fitness. Daar ligt het dus niet aan. Maar ze zeggen niet voor niets dat een strak lichaam voor 10% afhangt van sport en voor 90% van gezonde voeding.

Ik heb altijd al een zwak gehad voor chips en alles wat naar zout smaakt. Gesuikerd snoepgoed en chocolade kon ik gemakkelijk links laten liggen, maar chips, nah. Daar speel ik gemakkelijk een hele zak van naar binnen. Toen ik nog thuis woonde of op kot zat, kon ik zonder probleem de avonden tijdens de werkweek doorkomen zonder chips, om mezelf dan een keertje te verwennen in het weekend. Sinds ik samenwoon, is dat helaas helemaal veranderd. Ik heb de slechte gewoonte gekweekt om telkens als mijn vriend een goestje – zoals we dat hier zeggen – heeft, mee te snoepen. En hij heeft er nogal wat, van die goestjes.

Daarnet heb ik, gelukkig, een wake-upcall gekregen van de weegschaal. Het is nú of nooit. De regeltjes die al zó lang voor me heb uitgestippeld, zal ik vanaf morgen zo goed mogelijk naleven:

Brood mag enkel in het weekend; tijdens de werkweek eet ik ’s morgens granola of muesli en ’s middags een slaatje. Tussendoor geen koekjes meer, maar wel fruit of rauwe groenten. Na het avondeten en het sporten eet ik niks meer, tenzij ik echt verga van de honger. Chips mogen enkel nog op vrijdag- of zaterdagavond, en met mate! Koolhydraten zoals witte pasta, aardappelen of witte rijst beperk ik zoveel mogelijk; in plaats daarvan eet ik volkoren rijst of een ander gezonder alternatief. Over alcohol hoef ik niks te zeggen, want ik drink gemiddeld misschien een glas per week. En gesuikerde dranken, die probeer ik helemaal te bannen. Krijg ik toch alleen maar een opgeblazen gevoel van.

Dan is het enkel nog een kwestie van haalbare doelen te stellen. In totaal mag er zo’n vijf kilo af. Laat ons zeggen dat ik twee kilo per maand kwijt wil, wat volgens mij niet te hoog gegrepen is. Een eerste laagje vet tegen eind september, dus. Het eerste microdoel is: een hele week geen chips (help!).

Zo, het is eruit, de wijde wereld in. Ik kan niet meer terug. Ik draai de knop om.

Start.

 

De mooiste eigenschap bij een ander

Onlangs zag ik een interview waarin een filosofe aan de geïnterviewde vroeg welke eigenschap hij het meeste waardeert bij anderen. Na even nadenken antwoordde hij: “empathie”. Inderdaad een erg mooie eigenschap. “Waarom?” vroeg de filosofe. “Omdat ik er zelf bitter weinig van heb.” Die eerlijkheid sierde hem.

Het deed me nadenken over wat ik op die vraag zou antwoorden.

Optimisme. Dat is iets waar ik zelf erg veel belang aan hecht. Ook in tijden van zinloos geweld en politieke onzin probeer ik die eigenschap bij mezelf naar voren te brengen. Wellicht omdat ik kan aanvaarden dat we daar toch behoorlijk machteloos tegenover staan. Het is nu eenmaal zo. Natuurlijk moet je realistisch blijven. Wereldwijde vrede is een droom die nooit werkelijkheid zal worden. Maar dat betekent niet dat je van jouw tijd hier niet het beste kan maken. Er zullen altijd oorlogen, haat en wrok zijn. Alleen zal ik daar nooit voor iets tussen zitten. Veel mensen verliezen hun geloof in de ander, in de mensheid, en zien enkel de slechte dingen. Soms is dat geloof bij mij ook ver te zoeken, maar dan word ik plots weer verrast door het mooie in de mens. En dat houdt mij overeind.

Leven en laten leven. Ik zeg altijd dat je eigen geluk soms wat egoïsme vraagt, in die zin dat je moet doen waar jij je goed bij voelt. En daar waar liefde is, komt altruïsme vanzelf.